• december 27, 2021
  • Comments : 0
  • In Category : nieuws

Alledaags gebruik van mondkapjes die niet aan strenge voorwaarden voldoen zorgt voor een gevoel van ‘schijnveiligheid’ en ‘voegt niets toe’, zei zorgminister Hugo de Jonge in april vorig jaar.

Dat andere landen er toch over nadenken om mondkapjes op straat in te voeren tegen verspreiding van het coronavirus, veranderde toen niets aan het Nederlandse beleid: ‘Want wij werken op basis van het advies van de deskundigen’, benadrukte toen de bewindsman.

Die deskundigen hielden ook in april 2020 voet bij stuk. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) raadde toen mensen steeds af om op straat een mondkapje te dragen. Alleen bepaalde mondkapjes, die aan hoge eisen voldoen, zouden (mogelijk) werken om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.

En daaraan was ook toen al een groot tekort. Het ministerie haalde toen van overal ter wereld honderdduizenden mondkapjes, maar nog steeds zijn meer beschermingsmiddelen nodig. ‘Laten we de mondkapjes die we hebben vooral gebruiken voor al die situaties in de zorg waarbij de mensen ze nodig hebben voor hun eigen veiligheid en voor de patiënten voor wie ze zorgen’, zei De Jonge toen, die de strijd tegen het coronavirus coördineert.

‘Zelf gefabriceerde mondkapjes, of alles wat daarop lijkt, het voegt niets toe’, zo stelde de bewindsman. ‘Dus laten we dat niet doen.’

En weet u nog een jaar geleden? Bij de ingang van iedere supermarkt stonden medewerkers zogenaamd winkelmandjes en winkelkarretjes te ontsmetten en nu al bijna een jaar gebeurt dat niet meer. Hoeft dat nu niet? Zit covid nu opeens er niet meer op? Of was het toen zinloos? Ja, dat laatste waarschijnlijk wel. Een in Gouda bekende directeur van een groothandel van deze zogenaamde ontsmettingsmiddelen vertelde aan deze website al ruim 1,5 jaar geleden dat hij blij was met de verkoop van die middelen, maar dat die echt niet helpen tegen verspreiding van het covid-virus. ‘Dat virus zit in de lucht en niet op het handvat van een karretje of mandje.’