• januari 24, 2020
  • Comments : 0
  • In Category : nieuws

Er kwamen het afgelopen jaar weer meer buitenlandse toeristen naar Nederland, zo’n 20,1 miljoen. Dat is een toename van 7 procent vergeleken met een jaar eerder, zo blijkt uit cijfers van NBTC (het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen).

Ruim de helft (55 procent) van de bezoekers kwam uit de landen die het dichtst bij ons liggen: Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk. De stromen bezoekers uit die landen namen ook het meest toe. Hoe dan ook is Nederland als vakantieland populair bij Europeanen.

“Van alle bezoekers die wij hier ontvangen, komt 80 procent uit andere landen in Europa”, zegt directeur Jos Vranken van het NBTC. Duitsers, Belgen en Britten zijn goed voor bijna 70 procent van het totale aantal toeristen. “Bezoekers uit onze buurlanden komen vaker naar Nederland en staan erom bekend open te staan voor nieuwe bestemmingen en ervaringen. Zo kunnen meer steden en regio’s profiteren van de groei.”

Toeristen verleiden die veel geld spenderen
Duitsers, Belgen en Britten gaan volgens het NBTC niet noodzakelijkerwijs naar Amsterdam, maar bezoeken bijvoorbeeld ook de Hanzesteden, Maastricht en Eindhoven. Het NBTC richtte zich in het verleden hoofdzakelijk op het op de kaart zetten van Nederland als toeristische bestemming om toeristen naar ons land te halen. Nu wil de organisatie vooral toeristen naar Nederland halen die veel geld spenderen en die niet uitsluitend geïnteresseerd zijn in Amsterdam.

Goudse binnenstad ook populair
Ook Gouda merkt de groei in het bezoek van toeristen. De wekelijkse toeristische kaasmarkt bijvoorbeeld ziet het aantal bezoekers de laatste twee jaren enorm toenemen. Maar ook nu al eind januari weten veel buitenlanders de weg naar de Goudse binnenstad te vinden: vrijwel dagelijks zijn er groepjes Fransen, Duitsers of Engelsen in de binnenstad.
De kaasmarkten op de Markt beginnen overigens weer op donderdag 2 april. Na afloop van die kaasmarkt worden rond 12.45 uur traditioneel nieuwe ere-waegmeesters benoemd op een podium net achter het stadhuis op de Markt.