De Centrale Vereniging van Ambulante Handel (CVAH) vreest dat als horecaondernemers op 1 juni weer open mogen, dit ten koste gaat van de beschikbare ruimte voor marktkooplui op pleinen in Nederlandse binnensteden.

De weekmarkt neemt sinds de invoering van de coronamaatregelen een groter deel van het marktplein in beslag, om zo voldoende ruimte voor marktbezoekers te creëren. Horecaondernemers hebben dadelijk om dezelfde reden eveneens een groter oppervlak nodig.

“Hier en daar hoor je horecaondernemers al roepen dat de weekmarkt maar plaats moet maken voor hun terrassen. Ik snap de emoties van deze horecajongens, maar dat gaat natuurlijk niet gebeuren”, stelt de CVAH, die benadrukt dat de verschillende partijen in overleg moeten.
“Daar waar het dringen wordt, is het van belang om in goed gezamenlijk overleg te komen tot een oplossing, die zowel voor de marktondernemers als de plaatselijke horeca werkbaar is. Dat hoeft niet zo’n groot probleem te zijn”, zegt een woordvoerder.

Hij wijst erop dat weekmarkten hooguit een dag per week staan opgesteld, zodat horecaondernemers gedurende de avond weer over de ruimte op het plein kan beschikken. “Dan zit een markt de plaatselijke horeca nauwelijks in de weg.”

Ook in Gouda denken de horeca en de gemeente na hoe de Markt kan worden benut voor de uitbreiding van de terrassen. Natuurlijk wordt daarbij ook de lokale vereniging van ambulante handel betrokken. De onderlinge verhoudingen zijn goed omdat alle partijen gewend zijn samen te werken, zeker als het om de Markt gaat. Immers, daar gebeuren van oudsher belangrijke evenementen zoals de kaasmarkten, Gouda Beach en de ijsbaan. Maar er zijn rond de uitbreiding van de terrassen op de Markt ook nog een groot aantal haken en ogen. De rijbaan moet worden vrijgehouden, er moet rekening worden gehouden met omwonenden en hoe gaat het binnen de horecazaken met toiletbezoek.